A. Inleiding
Het onderscheid tussen richten (het strategische) - inrichten (het tactische) - verrichten (het operationele). Waar bent u voornamelijk mee bezig? Wat wordt van u verwacht? In welk van deze activiteiten is uw toegevoegde waarde het grootst? Hoeveel percent van uw tijd besteedt u daaraan? Volstaat dat of zou dat meer of minder moeten zijn?
B. Richten (het strategische)
In welk soort organisatie werkt u?
Welke doelstellingen heeft uw organisatie?
Waarom bestaat uw functie binnen deze organisatie? Welk doel heeft uw functie?
Wanneer is uw organisatie tevreden over uw werk, over de resultaten die u behaalt?
Op welke manier draagt u bij tot het succes van de onderneming?
Welke gevolgen heeft dat voor de organisatie van uw werk?
C. Inrichten (het tactische)
Wat zijn uw hoofdtaken? Hoe organiseert u die zodat uw output maximaal wordt?
Welke competenties hebt u nodig om die taken uit te voeren?
In hoeverre beschikt u er zelf over? In hoeverre vindt u die competenties terug in uw omgeving, bij collega's of medewerkers?
Wat doet u best zelf? Waarbij kunnen anderen u helpen?
Hoe staat u tegenover de planningen in uw onderneming: strategisch plan, operationeel plan, maandplan, weekplan, dagplan? Hoe past dat in uw persoonlijke werkorganisatie?
Wat doet u met onverwachte gebeurtenissen? Hoe ervaart u onderbrekingen?
Wat kunt u daarin voorzien? Wat valt uit de lucht? Hoe gaat u om met het spanningsveld proactief-reactief?
D. Verrichten (het operationele)
Op welke manier krijgt u iets 'gedaan' in uw onderneming? Welke wegen dient u te volgen? Welke mensen spreekt u aan? Hoe vertaalt zich dat in uw dagelijkse werkorganisatie?
Op welke manier organiseert u een opdracht, zodat die snel en kwalitatief goed wordt uitgevoerd?
Hoe zet u mensen in beweging op een efficiënte manier?
Wat zijn realistische deadlines? Voor uzelf en voor de anderen?
Hoe maakt u concrete afspraken rond de output die u verwacht?
Tijdens deze tweedaagse opleiding bouwt u onder begeleiding van de trainer een persoonlijk ontwikkelingsplan uit. Uit de aangereikte theorie, de groepsdiscussies en praktijkoefeningen noteert u concrete actiepunten voor uzelf. Na afloop van de opleiding, terug in uw dagelijkse praktijk, kunt u via e-mail nog beroep doen op de input van de trainer in verband met het realiseren van deze actiepunten.